Image 1

Zelf varen ze niet, maar ze zijn wel helemaal doordrongen van de wereld van de binnenvaart. ‘Dat leven zit nog altijd in ons DNA, want we komen allebei uit een schippersfamilie’, vertellen Jean Lecour (53) en Marina Danis (54). Er samen voluit voor gaan, dat is de levensfilosofie van dit koppel. Een verhaal over omgaan met verlies, samenhorigheid en er zijn voor elkaar op de belangrijke momenten in het leven.

Voor dit gesprek hebben we niet toevallig afgesproken op het Kerkschip Sint-Jozef in Antwerpen. Zowel voor Marina als Jean is ’t kerkske nabij het Havenhuis een plek vol nostalgie en emoties. En zeker als Marina over haar eerste man spreekt, worden die emoties heel tastbaar. Maar ook als het gaat over tijd maken voor elkaar, voel je hoe hecht ce schippersgemeenschap is.

Hebben jullie nog veel herinneringen aan de tijd toen je ouders voeren?
Marina:
Mijn ouders zijn pas in 2008 gestopt met varen. Ik heb dat leven dus van jongs af meegemaakt. Ook Joni en Evy, onze twee kinderen, gingen vaak mee op schip. Als kind vond ik het niet leuk om telkens een week weg te zijn van mijn ouders. Samen met mijn zus zat ik op het schippersinternaat in Gent en ik herinner mij vooral hoe lastig het was om op zondagavond afscheid te moeten nemen. Maar in mijn tienerjaren waren er op het internaat alleen maar meisjes, onder leiding van ‘strenge nonnen’. We beleefden toen een fantastische tijd. En de zomervakanties brachten we door op het schip. Soms waren we dan wekenlang onderweg voor een vrachtreis naar een verre bestemming zoals Lyon. Zalig!

Jean: Ik was zes jaar toen mijn ouders aan wal kwamen. Het enige wat ik mij nog herinner, is hoe ik leerde zwemmen door van op het dek in het water te springen. Mijn vader leefde sinds zijn twaalfde op een schip en hij wilde niet dat zijn kinderen ook zo moesten opgroeien. Na hun schippersbestaan begonnen mijn ouders met verzekeringen. Later nam ik dat verzekeringskantoor over en kwam Marina mee in de zaak. Onze band met de schippersgemeenschap is wel altijd gebleven: 80 procent van ons cliënteel komt uit die wereld.

LAATSTE REIS

Al op haar vijftiende leerde Marina haar latere man Reginald kennen. Ze trouwden in 1990 en zochten daarna hun stek in Merksem. Zij werkte in een kledingzaak en hij was arbeider bij de sluizen van de stad. Ook Reginald kwam uit een schippersfamilie. Allebei vonden ze hun draai niet in dat leven aan wal en daarom kochten ze in 1992 een klein schip voor de binnenvaart.
Marina: We zaten eerst op een traject in Nederland waar we vooral zand vervoerden. Na enige tijd schakelden we over op ijzer en daardoor konden we ook langere Rijn-Moezel-vaarten doen. Zo keerden we in het voorjaar van 1994 terug uit Bazel, maar die reis liep helaas slecht af..

Wat is er toen precies gebeurd?
Marina:
Ter hoogte van Nijmegen werd ons schip geramd door een groot vrachtschip en liep enorme averij op. Alleen ikzelf, de matroos en onze hond konden nog gered worden. Reginald overleefde het accident niet. Pas na een week vonden ze zijn lichaam terug. Gelukkig zijn zulke ongevallen heel uitzonderlijk, maar het gebeurt dus wel. Toevallig heeft ook Nijmegen een kerkschip en zo kwam ik snel in contact met pater Van Welzenes en pater Machar Verhaeghe. Pater Machar was hier toen aalmoezenier van het Kerkschip en we kenden hem als vriend van de familie. Voor mij, maar ook voor veel andere mensen was hij de rots in de branding.

Je bent 24 jaar oud en plots staat het leven stil. Hoe neem je dan de draad weer op?
Marina:
Kort na het ongeval leerde ik Jean kennen, want Reginald had een deel van onze verzekeringen bij zijn kantoor afgesloten. Het klikte en van het een kwam het ander...

Jean: Ik weet nog goed dat Marina een puzzel aan het leggen was om haar gedachten te verzetten. Daarmee hadden we meteen een aanknopingspunt. (lacht) Maar als je pas kort voordien je partner verloren hebt, is een nieuwe relatie niet het eerste waar je mee bezig bent.

Marina: Ik sprak met pater Machar over die twijfels en toen zei hij mij: "Vrouwke, ge zijt niet geboren om alleen te leven. Als dat zo is, moet het zo zijn.’ Gelukkig voelde ik me wel gesteund door mijn ouders en mijn eerste schoonouders. Uiteindelijk kon ik de draad van mijn leven weer opnemen. Voor mijn schoonouders was dat veel moeilijker, want zij waren hun enige zoon kwijt...

SAMEN OP JE EILANDJE

Op Reginalds begrafenis waren er destijds zo’n 1.200 mensen aanwezig. Zoiets zegt veel over hoe hecht schippersfamilies met elkaar verbonden zijn. Ze grijpen elke gelegenheid aan om elkaar terug te zien.

Hoe verklaren jullie die cultuur ,van vieren en feesten in de schippersgemeenschap?
Jean:
Dat heeft veel te maken met het levensritme van een schipper. Je zit daar als koppel dag in dag uit alleen op je eilandje van nauwelijks 50 vierkante meter. En dan doet het gewoon al deugd om 's avonds eens iemand anders te zien, zelfs al is dat één van je concurrenten op dezelfde vaarroute. En als er een feest op til is, heb je iets om naar uit te kijken. Schippersfeesten zijn een begrip. Of het nu gaat over het feest van het Kerkschip, een trouw of de schippersbeurs in de Waagnatie, het zijn telkens kansen tot ontmoeting. Een verjaardagsfeest met pakweg tachtig man vormt zeker geen uitzondering.

Marina: Schippers zijn vaak samen om plezier te maken. Maar ook op de moeilijke momenten zoals een begrafenis zijn ze er voor elkaar. Als ze een band met de familie van de overledene hebben, willen ze kost wat kost de afscheidsplechtigheid meemaken. Ze leggen hun schip stil, nemen de trein of rijden desnoods honderden kilometers met de auto om erbij te zijn. In deze wereld is samenhorigheid geen loos woord.

MAMA STIL NABIJ ZIJN

Tussen het gesprek door nemen we nog even de tijd om het Kerkschip te verkennen. Marina en Jean zijn geen vaste bezoekers, maar voor hun moeders is dat anders. ’s Zondags komen ze hier vaak naar de mis en dan blijven ze soms tot de late namiddag in de taverne hangen.
Marina: Ik ben wel blij dat we op deze plek ons verhaal mogen vertellen, want zo veel in deze ruimtes herinnert aan de binnenvaart. Daar horen ook heel persoonlijke zaken bij zoals Reginalds bidprentje, het naambordje van ons schip – hij koos daarvoor mijn naam! – en het kruis van op zijn kist.

Hoe beleef je vandaag nog dat verlies?
Marina:
Je probeert dat een plaats te geven, want je leven gaat voort. Maar een ‘plaats geven’ betekent niet ergens wegmoffelen. Het is ook niet goed om je er te veel in te blijven wentelen. Op de sterfdatum herbeleef ik nog altijd die laatste reis, ook na zo vele jaren. De kinderen weten dat de vierde juni een dag is waarop ze mama het best stil nabij zijn.

Jean: Als nieuwe partner na een overlijden vind ik het belangrijk om alle ruimte te laten voor die gevoelens. Alleen door Reginald vaak ter sprake te brengen, laten we hem in onze herinnering voortleven. Toen Joni en Evy al wat groter waren, vroegen ze wie die man was op de foto op de kast. Ik weet wel dat Marina, door wat ze in haar jonge leven meegemaakt heeft, veel zaken kan relativeren. Ik heb die levenskunst van haar geleerd. In de verzekeringssector is dat kunnen relativeren bijzonder waardevol.

Marina: Ik erger me veel minder dan vroeger aan kleine problemen waar mensen mee zitten. Als iemand voor een schadegeval naar ons verzekeringskantoor belt, vraag ik altijd eerst of er slachtoffers bij betrokken zijn. Materiële schade kan je vervangen, een mensenleven niet.

EEN THUISHAVEN VOOR DE SCHIPPERS

Sinds 1952 is het Kerkschip Sint-Jozef voor de schippersgemeenschap in Vlaanderen dé plek van bezinning en ontmoeting. Ook Marina en Jean voelen zich als kinderen uit schippersfamilies nog altijd sterk verbonden met dit schip. Naast twee kapellen en een taverne bezit ’t kerkske ook een museum. De bezielers van het Kerkschip staan vandaag wel voor de grote uitdaging om dit maritiem erfgoed te bewaren voor het nageslacht. Door haar eigen levensverhaal weet Marina maar al te goed hoe belangrijk zo’n ankerpunt is voor wie in nood verkeert. Maar deze thuishaven roept bij veel schippers van de binnenvaart evengoed onuitwisbare herinneringen op aan momenten waarop er gevierd en gefeest wordt. Sinds de opstart in de jaren 50 heeft Sint-Jozef al generaties aalmoezeniers gekend. Vandaag woont en werkt pater Paul Renders hier. Er is een gastenkamer waar deze aalmoezenier schipbreukelingen tijdelijk opvangt, en ook toeristen vinden almaar meer de weg naar dit bijzondere erfgoed.